'Gods plan eindigt niet in Afghanistan'

 

Tot de tanden toe bewapend vertrok Barnevelder Joost Maasland in 2008 richting Afghanistan. Zijn missie was niet zonder risico: samen met zijn elfkoppige team moet hij de vuursteun verzorgen voor de infanterie. Vertrouwde hij tijdens voorgaande uitzendingen op automatische geweren en mortiergeschut, deze keer wist hij zich beschermd ‘door de Allerhoogste’. Nadat hij veilig thuis kwam, volgde een spetterende bruiloft.

Lange tijd zag het leven van Maasland er echter niet zo rooskleurig uit. Na een moeilijke periode waarin een scheiding de verdrietige boventoon voerde, vond hij in augustus 2007 een huis in Barneveld. ,,Mijn huwelijk was voorbij, die strijd had ik verloren en dat deed ontzettend veel pijn. Bovendien was ik God in ons huwelijk kwijt geraakt. Mijn geloof was zo dood als een pier. Ik riep God wel aan, maar ik zocht Hem niet. Ik probeerde er zelf bovenop te komen.’’

Als domineeszoon groeide Joost op met de bijbel. ,,Ik wist dat God bestond. Maar toen ik eind jaren negentig werd uitgezonden naar Kosovo en al die ellende zag, verloor ik mijn geloof. Wel hebben we in de jaren die volgden onze kinderen laten dopen en ging ik voor de vorm af en toe naar de kerk, maar ik was de voeling totaal kwijt. Ik kon er niks meer mee.’’
Daar kwam verandering in toen hij ‘in de wandelgangen’ over DoorBrekers vernam. ,,Iemand nodigde me uit voor de Open Dag in 2007, maar toen kon ik niet. Toch was mijn nieuwsgierigheid gewekt. Op een ochtend werd ik wakker en móest ik naar de Veluwehal. Het woord dat er werd gesproken pakte me gelijk. God sprak tot me. Ik heb ongelofelijk zitten janken, mijn hele lijf zat vol verdriet. Ik hoorde dat Jezus je verdriet kon wegnemen. Die eerste dienst was een druppel, en er volgden er elke keer meer. Zaadjes die water kregen. De druppels werden stromen en uiteindelijk ben ik koppie onder gegaan in het doopbad. Het was niet te stoppen. Ik word me er elke dag steeds meer van bewust hoe nieuw ik ben en hoe compleet die nieuwe mens is.’’  

Alle veranderingen in zijn leven maakten het afscheid voor de gevaarlijkste missie in zijn carrière bij de Luchtmobiele Brigade zwaar, zegt Maasland. Niet alleen voor hem en zijn vriendin Annemarie waarmee hij na de missie zou trouwen, ook voor zijn twee kinderen Ruth en Bram. Toch stapte hij vol vertrouwen het vliegtuig in op weg naar Afghanistan. ,,Mensen vroegen me vaak: ben je niet bang? Nee, er is geen angst. Ik vertrouw op de Allerhoogste. De zes verschillende wapens die ik daar bij me draag zijn niet genoeg. Ik heb de wapenrusting van God nodig om sterk te staan.’’

Zijn mannen had hij inmiddels kennis laten maken met een deel van deze geestelijke wapenrusting. Daags na zijn dopen printte en lamineerde hij elf keer de tekst van psalm 91 en deelde deze uit onder zijn team. Behalve de verplichte instructiekaarten en de herkennings- en medische plaatje in hun scherfvest, droegen ze de komende maanden ‘de instructiekaart van de Allerhoogste’, zoals Joost het noemt. ,,Lees het maar, heb ik tegen ze gezegd. En draag het bij je als een schild. Al vallen er duizend aan je linkerzijde en tienduizend aan je rechterhand, jou zal niets overkomen. Gods plan eindigt niet in Afghanistan.’’
 



sluiten